5
 





pijlcontact
Stichting Natuurbank Overijssel
Postbus 206
7480 AE Haaksbergen

T 06-14435700
E info@natuurbankoverijssel.nl

Flora & Faunawet

Doelstelling wet
De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn (erkenning van de intrinsieke waarde). Van het verbod op schadelijke handelingen ('nee') kan onder voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan is de bevoegdheid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of, in geval van beheer en schadebestrijding, van Gedeputeerde Staten.

Zorgplicht
In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen (artikel 2, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. artikel 2, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken). De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is.

Verbodsbepalingen
De Flora- en faunawet bevat een aantal verbodsbepalingen om er voor te zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten.

  • Artikel 8: Het is verboden (beschermde) planten te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen.
  • Artikel 9: Het is verboden (beschermde) dieren te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.
  • Artikel 10: Het is verboden (beschermde) dieren opzettelijk te verontrusten.
  • Artikel 11: Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van (beschermde) dieren te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.
  • Artikel 12: Het is verboden eieren van (beschermde) dieren te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen.
  • Artikel 13: Het is verboden planten of producten van planten, of dieren dan wel eieren, nesten of producten van (beschermde) dieren te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, af te leveren, te gebruiken voor commercieel gewin, te huren of te verhuren, te ruilen of in ruil aan te bieden, uit te wisselen of tentoon te stellen voor handelsdoeleinden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben.
  • Artikel 14, eerste lid: Het is verboden dieren of eieren van dieren in de vrije natuur uit te zetten.
  • Artikel 14, tweede lid: Het is verboden planten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten in de vrije natuur te planten of uit te zaaien

Beschermde leefomgeving
De Flora- en faunawet maakt het mogelijk een landschapselement of object aan te wijzen als beschermde leefomgeving. De provincie is hiervoor het bevoegd gezag. Deze mogelijkheid is in de wet opgenomen om locaties die van groot belang zijn voor het voortbestaan van een planten- of diersoort te beschermen. Hierbij valt te denken aan een fort of bunker waar vleermuizen overwinteren, een dassenburcht, een plek waar orchidee├źn groeien of een muur met daarop beschermde planten.

De aanwijzing tot beschermde leefomgeving maakt het mogelijk bepaalde handelingen te verbieden of strenge voorwaarden te stellen aan de handelingen die op die bewuste plaats de kwaliteit kunnen aantasten.

Handhaving
De handhaving wordt verricht door de Algemene Inspectiedienst (AID). Zij controleren ruimtelijke ingrepen en worden vaak getipt door lokale natuurverenigingen. Wanneer een ingreep invloed kan hebben op de natuur, kan een vergunning worden aangevraagd. Afhankelijk van welke soorten voorkomen op de locatie moet vervolgens een 'toets' worden verricht. De keuze voor toets is afhankelijk van de tabel waar de soorten op staan die voorkomen op de locatie.

Voorbeeld: U bent eigenaar van een woning. U wilt uw dak vervangen omdat het lekt. U bent er van op de hoogte dat er vleermuizen onder het dak naar binnen vliegen en in de spouwmuur gaan zitten. Deze vleermuis komt toevallig voor in tabel 3 van de Flora- en faunawet. In dit geval moet u een uitgebreide vergunning aanvragen en onderbouwen waarom u deze ingreep wil doen. Het is heel aannemelijk dat de vleermuizen hinder ondervinden van uw werkzaamheden en wellicht na de ingreep niet meer tussen uw muur kunnen gaan zitten.

Verder dient ook rekening te worden gehouden met seizoenen. Vooral broedvogels kunnen overal voorkomen. Deze staan op tabel 3 en verstoring van broedvogels is zo gebeurd. Om die reden is het verstandiger om de activiteit te verplaatsen buiten het broedseizoen.

Nog niet goed geregeld: In het kader van lopende herintroducties van de otter (Lutra lutra) en het korhoen (Tetrao tetrix) wordt er momenteel gebruikgemaakt van gefokte of verweesde dieren uit gevangenschap. In veel gevallen zijn deze dieren niet geschikt en worden zij toch uitgezet. Er is dan sprake van dierenmishandeling. De instanties die betrokken zijn bij deze herintroductie beweren dat zij de Herintroductie Richtlijnen van de IUCN/SSC Re-introduction Specialist Group[1] volgen, maar in de praktijk blijkt dat dus niet zo te zijn. Sinds 2005 zijn er een aantal tamme otters uit gevangenschap in Nederland uitgezet. Dat heeft tot diverse problemen en de dood van een aantal van deze dieren geleid. Bovendien is er bij deze otters een onverantwoorde "hard release"[2]) toegepast. In het parlement is er nu aandacht voor deze problematiek. Er wordt onderzocht of de aanpak van herintroducties in de Flora- en faunawet verankerd kan gaan worden, zodat de Herintroductie Richtlijnen van de IUCN/SSC Re-introduction Specialist Group een wettelijke basis gaan krijgen.

Meer iniformatie:
Min. LNV

 




 
 
by Sitework